![]() |
||
|
![]() |
|
![]() |
||
Tot 1831 had Kolham geen windmolen. In dat jaar werd ruwweg 200 meter zuidelijk van de huidige molen een grondzeiler korenmolen gebouwd. Zonder een hoge onderbouw met stelling. Er was in die tijd nog weinig bebouwing en de molen kon zonder hinder draaien. Deze naamloze molen werd gebouwd omdat in 1816 de belasting op ‘het gemaal’ werd opgeheven. Het loonde daardoor weer meer om een molen te exploiteren. De molen had een vlucht (wiekdiameter) van 66 Groninger voet. Dat is omgerekend een kleine 20 meter. Deze rietgedekte molen waaide om in de nacht van 16 op 17 december 1869 door een orkaan, aldus de Provinciale Groninger Courant. De molen werd hersteld maar brandde af in de nacht van 30 november 1880. In 1880 werd ter vervanging een achtkante stellingmolen gebouwd, iets dichter ten zuiden van de huidige molen. De molen werd hoger dan zijn voorganger, aangezien nu een stelling werd aangebracht. Tot nu toe denken we dat bij de bouw van deze molen onderdelen van ‘De Hollandsche Molen’ zijn gebruikt die in Groningen aan het eind van de Nieuwe Kijk in ´t Jatstraat stond. Dit is echter niet zeker: het kan ook de ‘Heerepoortenmolen’ zijn geweest die in 1879 in Groningen werd afgebroken. Bekend is wel dat het achtkant 12 voet werd ingekort om het passend te krijgen op de nieuwe onderbouw. Men trof het jaartal 1737 aan. De molen was riet gedekt en stond op een houten onderbouw. Sinds 1904 werd als hulpkracht een stoommachine ingezet. Helaas werd ook deze molen slachtoffer van een brand. Op 16 juni 1906 viel tijdens het smeren van de molen een olielamp om, waardoor de gehele molen verbrandde. In opdracht van molenaar Nijlaan werd min of meer direct ter vervanging van deze molen een achtkante stellingmolen gebouwd, maar nu met bijna alle onderdelen van de poldermolen van de Groote Harkstederpolder. Die molen was ten gunste van het waterbeheer al geplaatst in 1848 maar kwam te vervallen. Het polderbestuur ging over op stoomkracht en liet een stoomgemaal bouwen. De molen beschikte over twee vijzels en het binnenwerk kon dus prima worden gebruikt als korenmolen maar dan met twee koppels maalstenen. Nijlaan pakte het groots aan. Hij liet een nieuwe onderachtkant metselen met een hoogte van zo´n 14,5 meter. De stelling kwam op 12,5 meter van de grond. De oorspronkelijke poldermolen onder Harkstede kreeg een nieuw leven als korenmolen in Kolham door molenmakers J. en L. Wiertsema te Sappemeer. De molen werd met hout bekleed. Sinds 1920 werd met hulpkracht van een 25Pk elektromotor gemalen. Toch werden in 1931 nog beide roeden vervangen en van zelfzwichting voorzien. Daarna volgde in 1945/1946 nog een grote restauratie maar kwam de molen al in 1947 stil te staan. In die periode kreeg de molen ook zijn naam: Entreprise. Stilstand betekent achteruitgang en dat is dan ook duidelijk te zien op de foto’s in de periode tussen 1950 en 1970. Al de dag er op besloot het bestuur van de Slochter Molenstichting tot herstel. Dat het al met al 10 jaar zou duren en een moeizame weg zou blijken kon niemand voorzien. Misschien maar goed ook. Het is immers allemaal vrijwilligerswerk, een project van deze omvang trok nu en dan een zware wissel op het bestuur van de molenstichting. Met vasthoudendheid, soms met een gevoel van vechtlust wanneer in de procedure weer iets tegenzat, soms tegen beter weten in, zette iedereen door. Eind 2009 werd de opdracht gegeven om met het herstel te beginnen. We vierden dit met taart, die op dat moment erg goed smaakte. Zou het dan toch … ? Het is nu voorjaar 2011. Bijna 11 jaar na de brand. Buiten, in Kolham, staat de Entreprise weer fier te pronken in het hart van het dorp. Daar, bij de driesprong, waar in 1831 de eerste molen werd geplaatst en nu de vierde molen een nieuw bestaan tegemoet gaat. Die molen lijkt als twee druppels water op de Entreprise zoals hij rond 1955 in het dorp stond: geen riet, maar een forse met zwart dakleer beklede molen met de kenmerkende witte ramen en een prachtige rood-wit-blauwe kroonlijst. Als nieuw slotstuk de roodgebiesde baard onder de kap: gebouwd in 1906, herbouwd in 2010. |